Asko logo

2010-2011  2011-2012  Links  Recensies  Repetities  

Principles First

2009

Asko Kamerkoor dompelt Toonzaalpubliek onder in magistraal engelengezang
(Mark van de Voort, Brabants Dagblad, 15 mei 2009)

Koorklanken die de stilte koesteren, als in het oog van een kolkende orkaan. Serene orde en regelmaat luidde gisteravond het devies bij het Asko Kamerkoor.

Het koor bracht een prachtig programma met louter werken van moderne componisten die hun werken strak plannen. 'Principles First' heette het recital zeer toepasselijk. Uitgangspunt vormde steeds een reeks eenvoudige doch rigide compositiestructuren, die vervolgens in het niets lijken op te lossen en de mooiste klankkathedralen openbaren. Muziek die voorbij gaat aan de kille getallenreeks of complexe notenbrij, maar mikt op pure klankschoonheid zonder dat het ooit gezocht klinkt. Het Asko Kamerkoor voert dit lastige repertoire met een ongelofelijke precisie en zuiverheid uit.

Sommige werken mogen eenvoudig lijken in opzet, maar de uitwerking is uitermate complex.

De Amerikaanse componist Tom Johnson goochelt graag met mathematische reeksen. In zijn olijke koorwerk '1 2 3' tellen de koorleden zich helemaal suf. Alle mogelijke cijfercombinaties van de reeks '1 2 3' worden opgedreund. Een bezwerend klankritueel.

Het werk 'Hiatus' van de Argentijns/Nederlandse componist Claudio Baroni is veel lyrischer. Baroni verwijst naar de oude polyfone meesters en plaatst zijn zangers in de hele ruimte. Zangstemmen schuren en botsen en gaten klinken in het koorweefsel, maar nergens ontspoort deze hoogst etherische klankwereld.

Alles is onder controle, en niets wordt aan het toeval overgelaten. Dat is ook het geval bij het premièrewerk 'Structure VI' voor koor en orgel van Hagenaar Peter Adriaansz. Een van de meest eigenzinnige Nederlandse componisten van dit moment. De koorleden produceren een gigantisch klankveld van lang aangehouden, statische akkoorden. Het orgel sleurt de stemmen mee, en een boventonengons briest door De Toonzaal. Nog magistraler is het monumentale slotstuk, eveneens voor koor en orgel. In dit 'American Choruses' van Brit Christopher Fox wordt poëzie van Allen Ginsberg tot op het bot ontmanteld door het koor. Aan het eind verdwijnt de poëzie en rest er alleen nog adembenemend engelengezang.

Verborgen Tuinen

2007

Kosmische klankreis met Asko Kamerkoor
(Mark van de Voort, Brabants Dagblad, 22 januari 2007)

Moderne muziek is als een verborgen tuin: de klankrijke verlokkingen zijn honderdtal maar je hebt wat durf nodig om binnen te treden. Het Asko Kamerkoor ontsloot vrijdag een "geheime tuin" met louter nieuwe muziek voor klavecimbel, koor en elektronica. Koor en klavecinist Anne Faulborn maakten hun publiek het daarbij zeker niet gemakkelijk, waarbij niet alle geheimen even vlot werden ontsloten.
De sfeer in het Tilburgse Cenakel was in stijl. Onder fel, sfeerloos tl-licht werden de composities uitgevoerd, een kil klanklaboratorium waardig. En zoals het een experimentele labsituatie betaamt ging er ook het een en ander mis met de techniek. Een strakkere voorbereiding bij zo'n complex concert was absoluut op zijn plaats geweest. De muziek vergde het uiterste van de nieuwsgierige oren, met drie wereldpremiëres. Het titelstuk van het concert, "Jardin Secret II" ('Verborgen Tuin') van componiste Kaija Saariaho was een gortdroge affaire. Normaliter is de Finse een meesteres in vloeiende klankalchemie, maar dit stuk voor klavecimbel en geluidsband kwam maar met horten en stoten op gang. Poëtischer was haar 'Nuits, adieux' voor vier solisten en koor. Zuchten, fluisterstemmen en kreetjes regen zich aaneen, als een nachtelijke, extatische mijmering vlak voor het slapengaan. De drie jonge componisten volhardden ook in het experiment. Johan van Kreij bleef met zijn meditatieve 'EOX' nog veilig in de buurt van het milde timbre van het koor. Gewaagder was Cathy van Eck die de klank van het klavecimbel van een kunstmatige, 'elektronische' nagalm voorzag in haar 'Raderwerk'. Maar een interessant experiment maakt nog geen interessant muziekstuk. De Bredase componist Kristoffer Zegers wist de kilte van een klanklaboratorium het best te ontvluchten. Zijn 'Singulariteit' voor koor, klavecimbel en elektronica is een kleurrijk, zeer dramatisch werk waarin het koor een kosmische reis leek af te leggen. Alsmaar rijzende, vocale uithalen, hamerende klavecimbelakkoorden en echoënde, elektronische effecten zorgden voor een indrukwekkende ruimtelijkheid. De 'verborgen tuin' was even een hemel vol fonkelende sterren.

Verborgen Tuinen

2007

Klavecimbel in vloeiende combinatie met elektronica
(Kees Arntzen, Trouw, 20 januari 2007)

Heel vaak laat het Asko-kamerkoor de laatste jaren niet meer van zich horen, maar als het zich presenteert is het meestal met een doordacht, interessant aanbod. In het programma 'Verborgen Tuinen' exploreert het koor de relatie met klavecimbel en elektronica. Beide kwamen onder handen van klaveciniste Anne Faulborn en klankregisseur Juan Para Cancino ook getweeen - dus puur instrumentaal - aan bod. Voor de oppervlakkige beschouwer lijken deze beide instrumenten zo ver uit elkaar te liggen dat ze elkaar uitsluiten, maar dat is toch niet zo. Het stoppelige geluid van het klavecimbel laat zich juist zeer goed combineren met vloeiende elektronische klanken, zoals aan het slot van 'Jardin Secret II' van de Finse componist Kaija Saariaho bleek, waarin klaveciniste Anne Faulborn een soort laag klokgebeier uit de luidsprekers vinnig weersprak met diskant-getingel. In 'Raderwerk' beproefde Cathy van Eck dezelfde combinatie in juist discontinu verloop, vol haperingen en pauzes, als een ratelende sculptuur van Tinguely, wat een interessante maar nog wat onvoldragen compositie opleverde.
Het gespecialiseerde en zeer gemotiveerde zestienkoppige koor onder leiding van Jos Leussink kwam aan bod in de overige vier werken, maar in telkens sterk wisselende samenstelling. Twaalf zangers benodigt Kristoffer Zegers voor zijn wat langere compositie 'Singulariteit'. Elektronica en kklavecimbel stofferden de zeer vocaal gedachte compositie, die telkens juist op tijd diverteerde en zelfs in een vrolijke majeur-drieklank uit de luidsprekers eindigde. Grappig, hoe zo'n avantgardistisch ogende bezetting in een totaal andere sort muziek kan resulteren. Vocaal was dit werk smeuiger dan 'EOX' van Johan van Kreij, waar weliswaar de inventieve luidspreker-klanken imponeerden, maar waar de zangpartijen aan vocaliteit te kort kwamen om het juiste tegenwicht te bieden.
'Nuits adieux' van de al eerder genoemde Finse klanktovenares Kaija Saariaho bleek wel het sterkste en meest vocale werk van de avond, vooral in de versie voor vier zang-solisten en a capella koor. De eerder gecomponeerde versie voor slechts vier, met microfoon toegeruste zangers en elektronica (in plaats van het koor) kwam ook aan bod. Heel verfijnd en subtiel in de omgang met elektronica, maar mijn voorkeur had toch de koorversie. Ook dankzij de integere en intelligente wijze van musiceren die dirigent Jos Leussink hier alle zangers tezamen wist te ontlokken.

home
You need to upgrade your Flash Player This is replaced by the Flash content. Place your alternate content here and users without the Flash plugin or with Javascript turned off will see this. Content here allows you to leave out noscript tags.