Asko logo

2010-2011  2011-2012  Links  Recensies  Repetities  

Zonder Waarom

Een project van het Asko Kamerkoor olv. Jos Leussink in 2011-2012
met medewerking van Arnold Marinissen, slagwerk

Programma

Richard Ayres (*1965) – opdrachtwerk voor gemengd koor (16 zangers) [ca 5’]
Fabio Nieder (*1957) – opdrachtwerk voor vijftien ruimtelijk opgestelde zangers en slagwerker [ca 7’]
Arnold Marinissen (*1966) – opdrachtwerk voor gemengd koor [ca 8’]
Filip Rathé¬ (*1966) – Canção de vidro voor zestien zangers (2004) [ca 8’]
Charlotte Seither (*1965) – Passage Innocent voor twaalf zangers (2006) [ca 9’]
Willem Boogman (*1955) – Die Rose voor zestien zangers (1996) [ca 8’]

In het programma Zonder Waarom zijn componisten samengebracht van wie het Asko Kamerkoor al eerder met succes werk uitvoerde. Wij werden getroffen door de eigengereidheid en verbeeldingskracht waarmee zij en passant nieuwe perspectieven hebben geopend voor de eigentijdse koormuziek. Wat hen ook bindt is de opvallende, in het muzikale geheugen gehoorde lyriek die hun werk toegankelijk maakt – schoonheid zonder meer, zonder waarom.

Wij vroegen drie componisten, Ayres, Nieder en Marinissen, nieuw werk te schrijven. Daarnaast is er de Nederlandse première van een recent koorwerk van Seither, een componiste met een geheel eigen taal. Twee hoogtepunten uit het eigentijds repertoire, Canção de vidro van Rathé en Die Rose van Boogman, worden opnieuw tot klinken gebracht.

Toelichting

Waartoe dient muziek en met name de eigentijdse muziek? Of is zij autonoom en dient zij nergens toe? Maar als zij autonoom is hoe krijgen we er dan toegang toe? En als zij samenvalt met haar functionaliteit is zij dan niet platvloers, commercieel en tè voor de hand liggend?
Bestaat de functionaliteit van kunst er in dat zij op een of andere manier een relatie onderhoudt met een of andere werkelijkheid die zij toont of nabootst? In deze populaire voorstelling van zaken staat kunst tegenover de realiteit met een gapende afgrond daartussen die de kunstenaar zou moeten overbruggen.
Maar is het niet eerder zo dat kunst ons juist tot werkelijkheid brengt die zij symboliseert en ook zelf is? Dan laat zij juist vanuit een soort belangeloosheid werkelijkheid ontstaan en wel zo dat die als die ene, unieke realiteit voor ons verschijnt!
Deze sublieme functionaliteit is verwoord in het gedicht ‘Zonder Waarom’ van Angelus Silesius, op muziek gezet door Willem Boogman in Die Rose en motto en titel van dit nieuwe programma van het Asko Kamerkoor.

Ohne Warumb
Die Ros’ ist ohn warumb
sie blühet weil sie blühet
Sie achtt nicht jihrer selbst
fragt nicht ob man sie siehet

[Angelus Silesius – Cherubinischer Wandersmann (1675)]

Over de componisten en hun werk

Richard Ayres (Engeland, 1965) woont en werkt in Nederland. Met het Asko Ensemble voerden wij eerder een werk uit dat veel succes had: de wereldpremière van No.33 (Valentine Tregashian Considers). Uit die samenwerking kwam de wens naar voren om Ayres een opdracht te verlenen een stuk voor het koor te schrijven en wel, zoals we ons voorstellen, een stuk “Im Volkston”. Zijn muziek onderhoudt namelijk op een intrigerende manier relaties met volksmuziek, of beter gezegd met niet-kunstmuziek-met-de-grote-K. Toch kantelt zijn muziek hierdoor niet naar doorsnee, makkelijke, en alleen maar goed in gehoorliggende eigentijdse muziek. Kortom: hij tovert geraffineerde muzikale werelden tevoorschijn waarin je maar al te graag had willen wonen.

Fabio Nieder (Duitsland/Italië,1957) geeft les aan het conservatorium in Amsterdam en heeft hier lange tijd gewoond. Hij ontvangt daardoor veel opdrachten uit het Nederlandse muziekleven. Evenals Ayres wordt hij veel gespeeld door de Nederlandse ensembles. Nieder heeft een liefde voor stem. Eerder voerden wij Im Kopf, een vijfstemmig vocaal werk, van hem uit waarin de zangers ook slagwerk bespelen. Net als Ayres was dat een hoogtepunt in het repertoire van het Asko Kamerkoor. Jos Leussink typeerde dit werk aldus: “melodie en dynamiek zijn niet zozeer onderdeel van de muzikale structuur, maar in de eerste plaats dienstbaar aan een lyrisch, dramatische verheviging van de retorisch benaderde tekst, die hoe geabstraheerd soms ook, in de fijnste nuances van melodie, ritme, klankkleur en zingmanieren is vastgelegd.” Nieder heeft een idee voor 15 zangers, ruimtelijk opgesteld en slagwerker Arnold Marinissen. De opdracht voor de compositie werd verleend door de Eduard van Beinum Stichting op verzoek van het Asko Kamerkoor.

Arnold Marinissen
(Nederland, 1966), een buitengewoon muzikant: slagwerker, dirigent, programmeur en componist. En hij doet dit alles op het allerhoogste niveau, virtuoos, maar altijd ten dienste van de muziek. Als slagwerker en als componist was hij al eerder te horen bij het Asko Kamerkoor, o.a. in het gezamelijke programma Zing- & slagwerk. Toen componeerde hij voor het koor Ei: een soort geleide improvisatie met theatrale inslag waarin “de zangers hun materiaal omzichtig met zich rond dragen als ouders in een pinguïnkolonie” onder begeleiding van zeer zachte sinustonen. Met zijn nieuwe stuk zal hij inhaken op het hier gepresenteerde programma. Misschien wordt de titel: Zonder waarom.

Filip Rathé (België, 1966) componeerde het Canção de vidro (‘Het lied van glas’) op het gelijknamige gedicht van de Braziliaanse dichter Mario Quintana in 2004 voor het Asko Kamerkoor. Zelf wilde hij er alleen dit over kwijt: “hoe één woord alles stuk kan maken terwijl de stilte nu zo puur is”.
Verstaanbaar gedeclameerd komt de tekst in het stuk niet voor. Rathé ontleende er een staalkaart van klanken en klankjes aan die de bouwstenen werden van een muziek die de strekking van het gedicht volledig rechtdoet. Subtiele ruisklanken, klanken van articulatie zonder adem, fluiten en enkele zacht gezongen tonen bewegen zich voorzichtig om de broze stilte waarvan het gedicht spreekt. Voor wie tot aan die stilte luistert zal zich op de rand van het hoorbare een geschakeerd en kleurrijk perspectief openbaren. Er is veel te beleven tussen het zachte, het heel zachte en het nog zachtere.

Ook Charlotte Seither (Duitsland, 1965) is een goede bekende van het koor. Haar componeren begint eerst met een “soort voortaalse toestand, een idee of een imaginaire ruimte”, waarin ze tenslotte “hineinkomponiert.” Uitvoerenden en luisteraars moeten de geheime structuur van haar werk op een associatieve manier zien te ontraadselen. Haar zachte muziek ontplooit zich langzaam en opent het perspectief op geschakeerde ruimten.
Zij heeft inmiddels een groot aantal werken voor verschillende koorbezettingen geschreven, allen solistisch bezet. Dat geldt overigens voor alle werken op dit programma. Voor dit programma maakten we een keuze uit haar recente werk.

Willem Boogman (Nederland, 1955) is artistiek leider van het Asko Kamerkoor. Zijn eerste grote werk, La Disciplina dei Sentimenti (1983-1989) schreef hij voor het Asko Ensemble en Asko Kamerkoor. Die Rose (1996), op teksten van Angelus Silesius, werd geschreven op verzoek van Huub Kerstens, maar vanwege zijn vroegtijdig overlijden in première gebracht door het Asko Kamerkoor. Het is een lyrisch werk voor zestien solozangers, waarin ruimtelijkheid een grote rol speelt. Op het eerste gehoor staan melodie tegenover ruis en ruis tegenover losse tonen, maar door de ruimtelijke opstelling en rotaties van klanken worden ze gemengd tot één nieuw geheel. De ruisklanken zijn minutieus genoteerd. Niets van dat aspect van de stem wordt aan het toeval overgelaten. Het was de wens van het koor dit werk opnieuw uit te voeren.

home
You need to upgrade your Flash Player This is replaced by the Flash content. Place your alternate content here and users without the Flash plugin or with Javascript turned off will see this. Content here allows you to leave out noscript tags.